Wij zoeken nieuwe collega’s. bekijk hier alle vacatures

14 december 2023

Arbeidskorting, eigenwoningforfait en rendementspercentages box 3

De staatssecretaris van Financiën heeft enkele bedragen en percentages voor 2024 bekend gemaakt. Het gaat om de tabelcorrectiefactor, de bedragen en percentages van de arbeidskorting, het eigenwoningforfait en de forfaitaire rendementen in box 3.

De tabelcorrectiefactor

De tabelcorrectiefactor is het bedrag dat wordt gebruikt voor de indexatie van daarvoor in aanmerking komende bedragen. Deze factor bedraagt voor 2024 1,099. In verband met een amendement op het Belastingplan 2024 geldt voor bedragen in de inkomstenbelasting en voor de vermogenstoets voor de toeslagen een lagere factor van 1,094941.

De arbeidskorting

De arbeidskorting ziet er in 2024 als volgt uit.

  • Tot en met een arbeidsinkomen van € 11.490 bedraagt de arbeidskorting 8,425% van het arbeidsinkomen, met een maximum van € 968.
  • Bij een arbeidsinkomen van meer dan € 11.490 tot en met € 24.820 bedraagt de arbeidskorting € 968 plus 31,433% van het arbeidsinkomen boven € 11.490, met een maximum van in totaal € 5.158.
  • Bij een arbeidsinkomen van meer dan € 24.820 tot en met € 39.957 bedraagt de arbeidskorting € 5.158 plus 2,471% van het arbeidsinkomen boven € 24.820 tot maximaal € 5.532.
  • Boven een arbeidsinkomen van € 39.957 wordt de arbeidskorting verminderd met 6,510% van het meerdere arbeidsinkomen. De arbeidskorting is nihil bij een arbeidsinkomen vanaf € 124.934.

Het eigenwoningforfait

Het eigenwoningforfait bedraagt in 2024 0,35% van de WOZ-waarde. Dat is gelijk aan 2023.

Forfaitaire rendementen box 3

Sinds 1 januari 2023 bestaan er drie categorieën vermogensbestanddelen met elk een eigen forfaitair rendementspercentage. De definitieve forfaits voor banktegoeden en schulden voor 2023 worden in het eerste kwartaal van 2024 vastgesteld.

Voor het opleggen van voorlopige aanslagen wordt gebruik gemaakt van voorlopige forfaitaire rendementspercentages voor banktegoeden en schulden. Voor banktegoeden wordt uitgegaan van het rentepercentage van de maand juli van het voorafgaande kalenderjaar op deposito’s met een opzegtermijn van maximaal drie maanden. Voor 2024 bedraagt dit 1,03%. Voor schulden wordt uitgegaan van het rentepercentage van de maand juli van het voorafgaande kalenderjaar over het totale uitstaande bedrag aan woninghypotheken. Voor 2024 bedraagt dit 2,47%.

Voor de categorie overige bezittingen is het definitieve rendement voor 2024 vastgesteld op 6,04%.

Relevante artikelen

De kringloop die dacht slim te zijn met btw

De margeregeling is volledig van toepassing op kringloopwinkels. Onder de huidige omstandigheden ondervindt de kringloopsector echter weinig tot geen voordeel van de margeregeling. Hun inkoopprijs is vaak nihil, zodat zij btw verschuldigd worden over

Lees hier meer

Lenen aan zuster zonder zekerheid

Een bv leent bijna drie ton aan haar zustervennootschap. Toen het misging en de lening waardeloos werd, wilde zij die afwaarderen ten laste van de winst. De Belastingdienst stak daar een stokje voor.De lening zonder waarborgenIn 2017 en 2018 leent de

Lees hier meer

Indexering griffierechten per 1 januari 2026

Om een procedure voor de rechter te kunnen voeren, moeten griffierechten worden betaald. Per 1 januari 2026 worden deze griffierechten verhoogd. De bedragen worden geïndexeerd met het percentage waarmee de consumentenprijsindex (CPI) sinds de vorige

Lees hier meer

Loon op loonlijst is belast, ook zonder uitbetaling

Een vader helpt zijn zoon met de opstart van diens bv. Hij staat op de loonlijst en de bv houdt loonheffing in. Echter, de vader ontvangt geen geld. De vader ontvangt alleen AOW en een klein pensioen. In zijn aangifte probeert de vader het loon weg

Lees hier meer

Schenkbelasting terug na terugstorten tweede jubeltonschenking

Een zoon ontvangt in 2014 en 2018 twee schenkingen van zijn ouders voor zijn eigen woning. Beide partijen denken dat de tweede schenking ook belastingvrij is. De inspecteur legt echter een aanslag schenkbelasting op, omdat de vrijstelling maar

Lees hier meer

Inschrijving brp alleen is onvoldoende voor medebewonerschap huurtoeslag

Rechtbank Noord-Holland heeft onlangs geoordeeld dat er een onbalans is tussen de letter van de wet en het doel ervan. Volgens de wet is het recht op huurtoeslag en de hoogte daarvan afhankelijk van de draagkracht van de huurder, diens partner en de

Lees hier meer