Wij zoeken nieuwe collega’s. bekijk hier alle vacatures

5 maart 2026

Geen renteaftrek, ondanks snelle aflossing hypotheek

Een man koopt in 2015, samen met zijn echtgenote, een woning. Zij sluiten hiervoor een hypotheek af bij een bank. Het betreft een annuïtaire lening met een looptijd van 30 jaar. In 2019 besluit de man een deel van de hypotheek af te lossen. Hij sluit hiervoor een nieuwe lening bij zijn eigen bv. Deze lening heeft een contractuele looptijd van 30 jaar. Aan het einde van dat jaar is de schuld bij de bank aanzienlijk verminderd. In 2020 zet hij het aflossen van de hypotheek door en sluit hij nog een lening af bij zijn bv. Ook deze lening heeft een looptijd van 30 jaar. Hierdoor daalt de schuld bij de bank verder. In januari 2022 lost hij de beide leningen bij zijn bv volledig af.

De inspecteur stelt vast dat de leningen bij de bv niet voldoen aan de voorwaarden van een eigenwoningschuld. Bij de leningen van de bv is geen rekening gehouden met de reeds verstreken looptijd van de oorspronkelijke lening. Daardoor overschrijden de looptijden de voor aftrek geldende wettelijke maximumtermijn van 360 maanden. Als gevolg hiervan mag de man de rente van beide leningen niet aftrekken. De man maakt bezwaar tegen de correcties. Hij wijst erop dat hij beide leningen in 2022, ruim vóór het verstrijken van de maximale termijn van 360 maanden, volledig heeft afgelost. Hij voert aan dat deze feitelijke aflossing ervoor zorgt dat de leningen niet daadwerkelijk de maximale looptijd overschrijden, wat volgens hem voldoende zou moeten zijn om ze als eigenwoningschuld te kwalificeren.

De rechter benadrukt dat de leningen, op basis van de afgesloten overeenkomsten, niet voldoen aan de aflossingseis en daarmee niet binnen het wettelijke kader passen. De contractuele verplichting is leidend bij de vraag of een lening als eigenwoningschuld kan worden aangemerkt. Het feit dat de man de leningen ruim binnen de 360 maanden volledig heeft afgelost, speelt geen rol in deze beoordeling. De wet kijkt alleen naar de contractueel afgesproken looptijd. Dat feitelijk eerder is afgelost, is hiervoor niet relevant.

Relevante artikelen

Koopovereenkomst nieuwe woning geen box 3-schuld

Een vrouw verkoopt haar woning. In hetzelfde jaar sluit zij een voorlopige koopovereenkomst voor een nieuwe woning. Deze wordt het jaar erna, in januari, geleverd. De vrouw maakt de koopsom in januari in drie delen over naar de derdengeldrekening van

Lees hier meer

Lening omkatten naar vergoeding redt aftrek niet

Een bv drijft een uitzendbureau en een klussenbedrijf. De enige aandeelhouder is een vrouw, die samen met haar partner bestuurder is. De bv heeft twee vorderingen die zij in 2020 wil afwaarderen. De eerste vordering van ruim € 74.000 betreft de

Lees hier meer

Van verplicht naar vrijwillig: weg aftrek pensioenpremie

Een werknemer was tot 2017 verplicht verzekerd in Luxemburg en bouwde daar pensioen op. Daarna wordt hij verplicht verzekerd in Nederland, maar hij zet de Luxemburgse pensioenregeling vrijwillig voort. De premie die hij zelf betaalt, wil hij

Lees hier meer

Navordering deels vernietigd na te late aanslag

De bevoegdheid om een navorderingsaanslag op te leggen vervalt vijf jaar na het ontstaan van de belastingschuld. Bij uitstel voor het doen van aangifte wordt deze termijn verlengd met het verleende uitstel. De inspecteur stelt dat hij een

Lees hier meer

Belastingdienst mag wereldwijd informatie opvragen

De bevoegdheid van de inspecteur om rechtstreeks informatie op te vragen is niet territoriaal begrensd, zo bevestigt de Hoge Raad. Ook brengt de Tax Information Exchange Agreement (TIEA) met Jersey niet mee dat de inspecteur eerst informatie bij de

Lees hier meer

Fictieve vervreemding aanmerkelijk belang bij overlijden

Een vrouw overlijdt in 2020. De inspecteur legt een aanslag inkomstenbelasting op, waarbij hij een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 241.893 in aanmerking neemt. De erven van de vrouw stellen dat de vrouw geen aanmerkelijk belang

Lees hier meer