Wij zoeken nieuwe collega’s. bekijk hier alle vacatures

25 juli 2024

Hoge Raad oordeelt over btw-heffing voor besnijdenissen

In een recente uitspraak heeft de Hoge Raad geoordeeld over de toepassing van de vrijstelling van btw voor medische prestaties op besnijdenissen om niet-medische redenen, zoals religieuze, culturele en hygiënische redenen. De procedure betrof een bedrijf, dat besnijdenissen uitvoert bij jongens en mannen, zowel om medische als om niet-medische redenen. De vraag was of de besnijdenissen in alle gevallen onder de vrijstelling vallen.

Een bv voerde in 2012 besnijdenissen uit zonder hierover btw af te dragen. Het bedrijf stelde dat deze ingrepen, vanwege hun preventieve gezondheidsvoordelen, vrijgesteld waren van btw. De Belastingdienst is echter van mening dat alleen besnijdenissen met een medische indicatie vrijgesteld zijn van btw. Het hof besloot eerder dat besnijdenissen om niet-medische redenen niet onder de medische vrijstelling vallen. Het hof oordeelde dat deze besnijdenissen niet primair een therapeutisch doel hebben. De Hoge Raad bevestigt deze beslissing en benadrukt dat een medische behandeling alleen vrijgesteld is als deze een direct gezondheidsdoel heeft.

De Hoge Raad legt uit dat volgens de Btw-richtlijn alleen diensten met een therapeutisch doel zijn vrijgesteld van btw. Dat volgt uit jurisprudentie van het Hof van Justitie EU. Besnijdenissen, die om religieuze, culturele of hygiënische redenen worden uitgevoerd, voldoen niet aan dit criterium, zelfs niet als er mogelijke gezondheidsvoordelen zijn.

Deze uitspraak van de Hoge Raad maakt duidelijk hoe de medische vrijstelling in de btw-wetgeving moet worden uitgelegd. De nadruk ligt op het feitelijke doel van de ingreep zoals bepaald door medische standaarden, niet door de persoonlijke motieven van de patiënt. Dit betekent dat medische professionals en klinieken nauwkeurig moeten documenteren en verantwoorden waarom een ingreep plaatsvindt om te bepalen of deze vrijgesteld is van btw. Met deze uitspraak wordt de rechtsonzekerheid verminderd en krijgen zowel medische professionals als belastingautoriteiten duidelijke richtlijnen over welke medische diensten vrijgesteld zijn van btw in Nederland.

Relevante artikelen

Slotkoers voorafgaande maand toegestaan bij waardering dividend in vreemde valuta

Een Nederlandse bv ontvangt dividend van haar Chinese dochtermaatschappij. Zij waardeert de dividendvordering in euro's tegen de slotkoers van de maand voorafgaand aan de transactie, zoals de concernrichtlijnen voorschrijven. De inspecteur vindt dat

Lees hier meer

Stichting die tuchtcolleges ondersteunt is btw-ondernemer

Een stichting ondersteunt de tuchtcolleges voor de advocatuur. De Nederlandse orde van advocaten (NOvA) betaalt hiervoor een jaarlijkse bijdrage. De stichting meent dat zij geen btw-ondernemer is, omdat zij niet zelfstandig opereert en haar diensten

Lees hier meer

Verhuur bedrijfspanden kwalificeert niet voor bor

Een vader overlijdt in november 2016 en laat zijn zoon en dochter achter als erfgenamen, ieder voor de helft van de nalatenschap. Tot de nalatenschap behoren alle aandelen in de bv van de vader die acht bedrijfspanden bezit in dezelfde plaats. Twee

Lees hier meer

Afschrijving maximaal 20%

Een ondernemer mag jaarlijks maximaal 20% van de aanschaffings- of voortbrengingskosten van bedrijfsmiddelen afschrijven. Dit percentage geldt voor de kosten exclusief btw, tenzij de btw niet kan worden teruggevraagd. Deze regel zorgt er in de meeste

Lees hier meer

Stichting, die tuchtcolleges ondersteunt, is btw-ondernemer

Een stichting ondersteunt de tuchtcolleges voor de advocatuur. De Nederlandse orde van advocaten (NOvA) betaalt hiervoor een jaarlijkse bijdrage. De stichting meent dat zij geen btw-ondernemer is, omdat zij niet zelfstandig opereert en haar diensten

Lees hier meer

Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief aangenomen

De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief aangenomen. Dit wetsvoorstel wijzigt Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek door het invoeren van een rechtsvermoeden van werknemerschap bij

Lees hier meer