Wij zoeken nieuwe collega’s. bekijk hier alle vacatures

21 november 2024

Belastingrente van 8% voor vennootschapsbelasting onverbindend

Belastingrente

De Belastingdienst brengt belastingrente in rekening wanneer een (voorlopige) aanslag inkomstenbelasting (IB) of vennootschapsbelasting (Vpb) wordt vastgesteld na zes maanden na afloop van het tijdvak waarop de aanslag betrekking heeft. De belastingrente wordt enkelvoudig berekend over het te betalen bedrag aan belasting. 

De zaak in het kort

De Belastingdienst heeft aan een bv een voorlopige aanslag Vpb over het boekjaar 2021 opgelegd, waarbij belastingrente in rekening is gebracht. Voor de Vpb gold in die periode een tarief voor de belastingrente van 8%. Voor andere belastingen dan de Vpb gold een lager tarief aan belastingrente van 4%. In totaal is een bedrag van € 90.969 aan rente in rekening gebracht. De bv vindt dit buiten proporties en stelt dat het hoge tarief in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank Noord-Nederland is van oordeel, dat het tarief van 8% onverbindend is en heeft de belastingrente verminderd naar 4%. Dat heeft geresulteerd in een aanzienlijke verlaging van het rentebedrag.

De feiten

Op 27 juni 2023 heeft de bv haar Vpb-aangifte over 2021 ingediend, met een belastbaar bedrag van ruim € 4 miljoen. De inspecteur legde een voorlopige aanslag op en bracht belastingrente in rekening over de periode van 1 juli 2022 tot en met 26 augustus 2023 tegen een tarief van 8%. De bv heeft bezwaar gemaakt tegen de in rekening gebrachte rente. De Belastingdienst heeft het bezwaar ongegrond verklaard.

Standpunt van de bv

De bv voerde aan dat het tarief van 8% buitenproportioneel hoog is en niet redelijk of billijk is, met name in vergelijking met de rente van 4% voor andere belastingmiddelen. Volgens de bv brengt dit tarief een onevenredige lastenverzwaring met zich mee en is er onvoldoende rechtvaardiging voor het onderscheid. Volgens de bv is het hogere tarief in strijd met het evenredigheidsbeginsel en dient dit daarom als onredelijk bestempeld te worden.

Standpunt van de inspecteur

De inspecteur verdedigde het tarief van 8% door te stellen dat het bedoeld is om belastingplichtigen aan te sporen hun aangiften tijdig en correct in te dienen. De rente is gekoppeld aan de wettelijke rente voor handelstransacties en zou daarmee passend zijn voor ondernemers. Daarnaast had de bv de belastingrente kunnen beperken door eerder om voorlopige aanslagen te vragen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de regeling, waarin voor de Vpb een hoger percentage belastingrente geldt dan voor andere belastingen, een te grote last vormt. Hoewel de regelgever het tarief heeft gekoppeld aan de wettelijke rente voor handelstransacties, oordeelt de rechtbank dat een belastingschuld geen privaatrechtelijke handelsrelatie betreft. Het onderscheid tussen Vpb- en andere belastingplichtigen acht de rechtbank niet gerechtvaardigd. Het hogere rentepercentage leidt tot onevenredige financiële nadelen zonder dat daarvoor voldoende motivering bestaat. De rechtbank heeft het betreffende artikel in het Besluit belasting- en invorderingsrente onverbindend verklaard.

Advies

Bij een belastingaanslag is het belangrijk om kritisch te kijken of het gehanteerde rentetarief redelijk is, vooral bij hoge percentages. Bezwaar maken tegen in rekening gebrachte belastingrente kan binnen zes weken na de datum van de aanslag. 
Deze uitspraak kan precedentwerking hebben voor Vpb-plichtigen, waardoor het raadzaam is om aanslagen zorgvuldig te beoordelen.

Relevante artikelen

Kwijtschelding rekening-courantschuld is verkapt dividend

Een man houdt alle aandelen in een holding die deelneemt in het familiebedrijf. De holding heeft een vordering op hem in rekening-courant. Deze vordering staat jarenlang op de balans en loopt gestaag op tot € 314.136 in 2016. Er vinden geen

Lees hier meer

Managementvergoeding en stamrecht zijn niet uitwisselbaar

Een dga ontvangt al jaren een managementvergoeding van zijn holding voor zijn werk als directeur. Daarnaast heeft hij recht op stamrechtuitkeringen van zijn pensioen-bv. De uitkeringen hadden uiterlijk in 2017 moeten ingaan, toen hij de AOW-leeftijd

Lees hier meer

Waardering huurrecht: rekening houden met indexatie en metterwoonclausule

Een vrouw mag na het overlijden van haar partner levenslang in zijn woning blijven wonen voor € 500 per maand. De inspecteur merkt dit huurrecht aan als een fictieve erfrechtelijke verkrijging en legt een aanslag erfbelasting op. De vrouw vindt de

Lees hier meer

Geen renteaftrek, ondanks snelle aflossing hypotheek

Een man koopt in 2015, samen met zijn echtgenote, een woning. Zij sluiten hiervoor een hypotheek af bij een bank. Het betreft een annuïtaire lening met een looptijd van 30 jaar. In 2019 besluit de man een deel van de hypotheek af te lossen. Hij sluit

Lees hier meer

Schuld aan jezelf verdwijnt en levert belastbare winst op

Een bv koopt voor € 2.500 een vordering van ruim € 6 miljoen op zichzelf. Die vordering verdwijnt daardoor: je kunt immers geen schuld aan jezelf hebben. De inspecteur ziet dit als een voordeel en heft vennootschapsbelasting over het verschil. De bv

Lees hier meer

Schenking aandelen aan trouwe werknemer is geen loon

Een werknemer krijgt na jaren trouwe dienst alle aandelen van zijn werkgever geschonken. De aandelen zijn € 7,8 miljoen waard. De inspecteur merkt dit bedrag aan als loon uit dienstbetrekking. De werknemer heeft immers geen familieband met de

Lees hier meer