Wij zoeken nieuwe collega’s. bekijk hier alle vacatures

16 augustus 2023

Vastgoedaandelen en btw

Binnen de huidige wetgeving bestaat de mogelijkheid om nieuwe onroerende zaken via een aandelentransactie over te dragen zonder dat btw of overdrachtsbelasting verschuldigd is. Er wordt dan gebruik gemaakt van de vrijstelling van overdrachtsbelasting bij overdracht van onroerend goed en er is ook geen omzetbelasting verschuldigd over de levering van aandelen. In het geval dat de afnemer de anders berekende omzetbelasting niet kan terugvorderen betekent dit een groot voordeel. 

Wettelijk uitgangspunt is echter dat er btw verschuldigd is bij de levering van nieuwe onroerende zaken. Om de vrijstelling te bestrijden heeft het kabinet een conceptwetsvoorstel gemaakt waarmee de vrijstelling die samenloop van btw en overdrachtsbelasting voorkomt. De wet wordt zodanig gewijzigd dat de verkrijging van nieuwe onroerende zaken via aandelen niet is vrijgesteld van overdrachtsbelasting. De afgelopen periode heeft het kabinet een internetconsultatie georganiseerd. 

De inbreng vanuit de vastgoedsector heeft het kabinet nader inzicht gegeven in de manier waarop de sector werkt en hoe complexe en vaak langlopende projecten worden geraakt door het wetsvoorstel. De sector heeft aangegeven het belang van het voorstel te begrijpen en heeft enkele specifieke punten opgemerkt waar het kabinet het wetsvoorstel nu op heeft aangepast. 

Zo blijft onroerend goed dat gedurende twee jaar na het verkrijgen voor 90% of meer gebruikt wordt voor activiteiten ter zake waarvan btw verschuldigd is buiten de toepassing van de nieuwe maatregel. Daarnaast wordt het overdrachtsbelastingtarief van de nieuwe maatregel maximaal 4%. Hierdoor komt de samengestelde belastingdruk veelal uit op ongeveer 21%, dit is gelijk aan het belastingtarief dat wordt geheven bij nieuw vastgoed. 

Ook wordt overgangsrecht ingevoerd voor lopende projecten. Het overgangsrecht gaat gelden voor projecten waar vóór de indieningsdatum van het wetsvoorstel in ieder geval een intentieverklaring is ondertekend. Voor die projecten geldt het wetsvoorstel dus niet en blijft de huidige wetgeving van toepassing. 

Het wetsvoorstel wordt nu verder uitgewerkt en loopt mee met het Belastingplan 2024. Dit betekent dat het nieuwe wetsvoorstel op Prinsjesdag 2023 wordt ingediend bij de Tweede Kamer. De voorgenomen inwerkingtreding van het wetsvoorstel is 1 januari 2025. 

Relevante artikelen

Rechter mag een te late machtiging negeren

Een adviesbureau dient op 22 juli 2024 hoger beroep in tegen een naheffing van de belasting van personenauto's en motorrijwielen (bpm). Het adviesbureau stuurt een machtiging mee die al ruim drie jaar oud is. Het hof vraagt een machtiging van hooguit

Lees hier meer

Vordering op kind geen banktegoed voor box 3

Een vrouw geeft in haar aangifte een aanzienlijk bedrag aan bezittingen aan, waaronder hypothecaire geldleningen aan haar kinderen. De inspecteur merkt deze aan als overige bezittingen, wat leidt tot een geschil over de juiste

Lees hier meer

Stichting verantwoordelijk voor loonbelasting van verpacht restaurant

Een stichting huurt een pand waarin een restaurant is gevestigd. Op papier is het restaurant verpacht aan verschillende vennootschappen, waaronder een Engelse onderneming en een Nederlandse bv. Volgens de stichting zijn deze pachters verantwoordelijk

Lees hier meer

Grenzen aan herstel ambtelijk verzuim gebruikelijk loon via LB

Een broer en zijn zus bezitten in 2020 ieder de helft van de aandelen in een bv. De zus verricht werkzaamheden voor de bv via haar eenmanszaak. De broer is dga en verricht zijn werkzaamheden voor de bv deels in loondienst en deels via zijn

Lees hier meer

Cashbonus ipv aandelenrechten: mag een voorziening?

Vijf werknemers krijgen van de Franse moedervennootschap van hun werkgever voorwaardelijke rechten op aandelen. Zij ontvangen die aandelen alleen als zij na vier jaar nog in dienst zijn én aan bepaalde prestatiedoelen voldoen. Voordat de

Lees hier meer

Uitkeringen lijfrente terecht in box 1

Een man ontvangt uitkeringen uit meerdere lijfrenteverzekeringen. De inspecteur belast deze bedragen in box 1, wat leidt tot een geschil over de juiste fiscale behandeling. De man had een 'Hoogrentende Spaarpot Polis' en twee andere verzekeringen met

Lees hier meer